Na lang beraad en serieuze gesprekken in tal van cafe’s uiteindelijk besloten om dit jaar met de motor richting de Dolomieten te gaan toeren. Ondanks dat Peter en Rene nog totaal geen motorervaring hadden werd de toch vooraf al gebombardeerd tot “Tocht der Dooie Mieten”.
Maandag 5 juni:
Bergen op Zoom – Martelange
Alledrie hadden we de motoren flink opgepoetst en de
bepakking diverse malen gecheckt op alle aanwezigheid en goede bevestiging. Met
een ladingvol oordoppen, volle tanks en gesmeerde kettingen konden we rond de
klok van 15.00 uur uit Bergen op Zoom vertrekken.
Het weer zat al aardig mee, lekker zonnetje en niet al te
warm werden de Aprilia, Honda en Yamaha al ronkend uit de stad gereden. Deze
dag zou voornamelijk uit snelweg bestaan zodat we rond de avond ergens in de
Ardennen terecht zouden komen. Over de A4 van Bergen op Zoom naar Antwerpen ging
het tempo al vrij snel tot de 120 km /u. Zoals normalerwijze werd rond het
industriegebied van Antwerpen al een aardige olie en rubbergeur waargenomen. Al
rijdend toch maar even gekeken of het de eigen motor niet kon zijn , je weet
immers nooit!! De rondweg van Antwerpen was redelijk rustig op deze
Pinkstermaandag en ook via de E19 naar Brussel en A4 naar Namen bleef het kalm
op de weg. Bij Wavre was de eerste tankstop, daar de Aprilia van Peter niet al
te zuinig is en nog geen gevaar wilde lopen voor droog te komen staan. Na Namen
de oude snelweg naar Bastogne ( N4 ) genomen om toch al een beetje gevoel te
krijgen van heuvels en de drukte van de snelweg te verlaten. Ondanks de
glooiende hellingen in bosrijker omgeving bleef af en toe de lucht van verbrand
rubber ons tegemoetkomen.
Vreemd daar er weinig industrie in de Ardennen
aanwezig is? Na nog een vlugge tankstop werd besloten om een leuk dorp uit te
gaan zoeken voor de eerste overnachting. Inmiddels zaten we op de grens met
Luxemburg en was het daar aardig druk met motorrijders en benzine / sigaretten
stations. Besloten werd om in dit dorp (Martelange) te blijven en de volgende
dag verder te gaan.
Hotel La Sapiniere heette ons van harte welkom en mochten
gratis de garage gebruiken om onze motoren te stallen. Geen 5 sterren maar als
biker maak je daar niet druk om. De eerste pilsjes smaakten ons daar
voortreffelijk ! Na een opfrissing bleek het dorp geheel te zijn leeggelopen en
was er op deze maandagavond verre van iets te bleven. Het (bijna) enige
restaurant bleek van haute cuisine te zijn en trakteerden ons op een
voortreffelijke maaltijd. Na de koffie toch nog even een kroeg gezocht, maar
moesten in een ander, enig geopende restaurant blijven hangen om nog paar
pilsjes tot ons te kunnen nemen.Hier werden we rond de klok van 2400 uur
vriendelijk verzocht om nog 1 keer de allerlaatste te bestellen om daarna onze
kamers in het donkere hotel te gaan opzoeken.
Met zo’n 185 km en enkele pilsjes in de benen was het geen probleem om in diepe slaap te vallen.
Dinsdag 6 juni:
Martelange - Konstanz
Afgesproken om rond 0900 uur te ontbijten. Echter heel het
hotel, behalve ons was nog in diepe rust zodat we buiten in heerlijk ochtendzon
moesten wachten totdat de rolluiken van de hoteleigenaar naar boven schoven. Het
brood was duidelijk nog van de afgelopen zaterdag, maar bij grote honger smaakt
alles en werd onze maagd gevuld voor de 2e motordag. Zo rond 1000 uur
konden we op weg via Luxemburg-stad naar Metz over de A31. Halverwege zag ik
daar bij Peter zijn spanbanden loszwiepen en wees hem op te stoppen. Helaas was
net de gehele spanband rondom zijn as gewikkeld, zodat het even een kleine
oponthoud, gelukkig zonder verder schade / ongeval opleverde. Ook kwamen we er
nu achter waar de veel geroken rubber-industrie vandaan kwam!! Het mooi
uitgevonden rekje van de Aprilia was geraakt door de band in de diepe putten.
Gelukkig geen echte schade aan de band te zien zodat we vol vertrouwen verder
konden rijden met af en toe een rubberluchtje als je achter de Aprilia reed. Via
de A4 naar Straatsburg zat het tempo er lekker in, maar waren we blij om vandaar
verder binnendoor te gaan toeren.. Hier doken we het Zwarte Woud in en via de
E431 naar Haslach naar Hausach. De bewegwijzering was af en toe moeilijk in dit
Duits gebied en helaas hadden we nog geen navigatie-systeem op onze motoren.
Slechts 1 tanktas met de kaarten en hulp van de lokale bevolking konden we onze
route vervolgen met enkele heen en weer bewegingen. De natuur was echter al zo
bewonderenswaardig daar we daar ons niet druk om maakten en heerlijk genoten van
het leuke bochtenwerk waar we zo langzaam aan konden wennen.. Via Villingen
kwamen we op de E41 richting Bodensee. Hier wilden we de nacht doorbrengen en
besloten werd om de stad Konstanz aan de noordzijde van het meer te nemen om
zodoende in Duitsland te blijven. Al rijdend richting deze stad bleek toch dat
deze aan de onderzijde van het meer lag. De ANWB routekaart dus niet goed
bekeken door ons! Vanuit de stad stond een flinke file waar we natuurlijk geen
last van hadden en al vlug bleek het een juiste keuze te zijn om deze stad als
ruststop te gebruiken. Via de hotelroute door de stad kwamen we bij het eerste 5
sterren complex aan alwaar we € 185 pp zouden moeten betalen om te
overnachten. Zonder discussie was dit iets te hoog gegrepen voor ons als bikers.
Na wat rondzwervingen en navraag kwamen we in redelijk te betalen hotel Bahnhof
in de winkelstraat van de stad aan.
€ 130 was eigenlijk boven ons budget maar
ja midden in deze aardige stad moesten we het er maar een keer van nemen. De
motoren moesten voor de deur en werden dus ontdaan van alle spullen en flink aan
de ketting gelegd. Ook hier eerst even de dorstgelest
en opgefrist om daarna een
wandeling dor dit alleraardigst stadje te wandelen en de pizzaria in te duiken.
Om op de gezellige Biergarten aan het meer,plaats te nemen was iets te fris en
de quiz in de Ierse Pub leek ons wel wat.. Helaas was deze net afgelopen zodat
we zonder prijzen aan de bar plaatsnamen. Tot rond middennacht ook onze dorst
gelest was, keerden we terug naar het naastgelegen hotel om in diepe slaap te
vallen. Was toch wel een zware dag geweest met 500 km op ons zitvlees,
zonder in de bodem der zee te geraken.
Woensdag 7 juni:
Konstanz - Oetz
Heerlijk geslapen en na een redelijk ontbijtje rond de klok
van 1100 uur de leuke stad aan de Bodensee verlaten. Net buiten de stad
passeerden we de grens met Zwitserland, alwaar de douane echt nieuwsgierig was
naar de Hollandse vlag die op de motor was bevestigd. Via de zuidkant van het
meer , alwaar een heerlijke Zwitserse koffie na een goed uurtje rijden heerlijk
smaakte. Daarna over de 200 naar Bregenz in Oostenrijk gereden. In Dornbirn
raakten we even de weg kwijt, maar gelukkig zijn er altijd nog behulpzame
burgers, die ons binnendoor weer naar de 200 dirigeerden. Hier zagen we al vlug
de eerst besneeuwde bergtoppen en de grote koeiebellen in de verte.
Op de
Hochtannbergpass ( 1679m) was het eindelijk zover dat we met onze voeten in de
sneeuw konden staan. Onder het genot van een heerlijk zonnetje was het hier een
komen en gaan van motorrijders. In de afdaling de 198 genomen richting Lech. Dit
skioord van onze koninklijke familie deed ons besluiten om hier even op terras
een stevig middagmaal tot ons te nemen.
Daarna onze weg vervolgd via de
Flexenpass (1793 m)
en de lange tunnel bij St-Anton naar Landeck gereden. Hier
kwamen we in de file terecht. Op de kaart was de A12 al ingetekend, maar bleek
toch nog niet gereed te zijn zodat iedereen aan het begin van de avondspits
via de 171 door de stad werd gestuurd. Bij Imst was gelukkig de grote
drukte voorbij en konden we onze weg vervolgen om vervolgens de 186 door het
Otztal te nemen. Inmiddels hadden we al besloten om in het eerste beste leuke
plaatsje naar overnachting te gaan zoeken. In Oetz zagen we borden met
motorvriendelijke hotels/pensions. Al vlug hadden we een mooie gevonden, alwaar
de prijs en de eigenaresse goed te pruimen was. Hotel Anita bood ons 2 kamers
aan met helaas geen mogelijkheid tot gebruik van sauna ivm de rustige klandizie
in deze periode.
Na inchecken maakten we een kleine wandeling door het dorp
alwaar we al snel op een terrasje belanden. In de verte klonk al
heerlijke dijenkletser muziek zodat we al snel zin kregen om eerst ons op te
gaan frissen en de maag te gaan vullen. In de plaatselijke Apres-Ski hut bleek
het naast goed eten ook best gezellig te worden. De tent liep aardig vol ondanks
de groep tupperware vrouwen die er ook een vergadering hadden. Hier tot
Oostenrijkse slaaptijd blijven hangen en ons bedje maar opgezocht.na 220 km
en zonder beierse dijenkletser muziek.
Donderdag 8 juni:
Oetz – Corvara (I)
Na een heerlijk ontbijt besloten om ook eens een
doodlopende weg de bergen op te rijden. Na bestudering van de kaart onze spullen
gepakt en in een heerlijk zonnetje rond 1000 uur Anita weggewuifd. In Langenfeld
verlaten we het Otztal om de bergen op te gaan naar Gries op 1600 m. De eerste
haarspeldbochtjes was een feit en alledrie moesten we er even aan wennen.
Boven
aangekomen hadden we een schitterend uitzicht op de besneeuwde top van de
Wildspitze (3774 m) Na de afdaling
zetten we onze tocht door richting Italië. Op de grens kregen we echter een
zware beklimming van de Timmelsjoch (2474m). Voor deze pas moesten we even diep
in de pot duiken maar was zeker de moeite waard.
Na de fameuze afdaling onderaan
de pas een stevig broodje met koffie tot ons genomen. Daarna via St. Leonardo
naar de Jaufenpas (2094m)
Ook deze pas is indrukwekkend waarna de 22 met leuk
vlak bochtenwerk ons naar Brixen voerde.Hier de afslag naar de 49 genomen om
even voor Bruneck de 244 op te rijden.Op deze weg zijn ze vele tunnels aan het
graven, maar wij mochten nog over de losse keien rondom de bergen bulderen. Hier
bereikten we rond 1600 uur een leuk cafeeke in La Villa (echt mooi bikerstentje!!)
Omdat het hier evt ook ’s avonds wel eens leuk zou kunnen zijn besloten we om
in dit plaatsje een overnachting te zoeken. Helaas was het enige geopende hotel
niet voor ons budget en waren alle Zimmers zo waar gesloten! Na een uur zoeken
de moed opgegeven en doorgereden naar het 4 km verderop gelegen Corvara. Hier
vonden we al snel een leuke kamer in Hotel “Piz da Lec”, met uitzicht op de
Dolomieten. Dit was tevens ons einddoel, daar we te weinig dagen haden om nog
verder Italië in te duiken. Er stonden al immers 1160 km op onze
tellers!!! Na inchecken even het o zo rustige dorpje ingelopen en in een kelder
een paar frisse birra’s van onze eigen Maxima? laten voorschotelen. Roken is
in Italië binnenskamers ten strengste verboden zodat de sfeer veel te wensen
overliet. Terug naar ons hotel voor een kleine opfrissing om daarna in het
restaurant het avondeten te gaan nuttigen. Blijkbaar hadden ze hier haast daar
de soep van onze tafel werd gerukt om direct de hoofdschotel neer te kwakken. Na
de snelle hap buiten ongezellig een sigaretje gerookt om daarna het stille dorp
in te gaan. In de plaatselijke disco (homotent?) niet lang gebleven om vandaar
nog even onder in het hotel de Underground te bezoeken. Hier was het redelijk
druk maar van echte gezelligheid geen sprake.. Gelukkig had de barkeeper wel de
sleutel om het hotel binnen te kunnen anders hadden we toch voor een probleem
komen te staan op deze late donderdagavond. Na 255 km deze dag en het
echt saaie dorp Corvara, het mandje ingedoken.
Vrijdag 9 juni:
Corvara – Inssbruck
Niet leuk om met regen en hagel de gordijnen open te
trekken. Maar na het ontbijt klaarde gelukkig de hemel al aardig op en besloten
we stevig ingepakt de tocht voort te zetten. Ondanks het natte wegdek reden we
voorzichtig Passo Di Gardena (1645m) op.
Na de eerste bochten was het wegdek al
droog al hingen de wolken nog aardig tegen de hoge punten van de Dolomieten aan.
Via de 20 probeerden we de Alpe di Siusi te nemen. Deze was echter door hevige
sneeuwval afgesloten zodat we deze pas met 15% stijging helaas moesten
overslaan. Via de 20 verder richting Bolzano, wat eigenlijk ons doel van heel
deze reis was. Ivm tijdgebrek konden we hier niet tot maandagmorgen verblijven,
daar anders de terugrit over teveel km’s in 2 dagen zou gaan. Toch een
fantastische stad die naar ons inzicht best bruisend kan zijn. Vanuit Bolzano de
508 genomen alwaar eerst enkele tunnels het donker-licht pijn aan de ogen deed.
In Sarentino zat Peter bijna zonder benzine, maar al diverse pompen waren enkel
automatisch en we kregen er geen druppel uit. Gelukkig na een goed middagmaal in
dit dorp en navraag bleek de volgende bemande pomp niet ver meer te zijn. Hierna
de Passo Di Pennes (2210 m) beklommen met wederom een schitterend bochtenwerk en
sneeuwvlaktes.
Daarna vanaf Vipeteno de 12 naar de Brennerpas genomen. Dit viel
zwaar tegen dus met de vlammen in de pijp kwamen we ongemerkt op de 1374 m hoge
grens met Oostenrijk. Hier een kleine pauze tussen de ferrari’s en daarna
doorgereden over de mooie b-weg richting Innsbruck. Heel vreemd dat we in de
voorsteden de diepte middels haarspeldbochtjes indoken. In de stad hadden we al
snel een aardig hotel gevonden, alwaar in de bar het eerste pilsje goed smaakte
tijdens het aanschouwen van de eerste wk-2006 beelden op de tv. Hotel Delevo had
mooie eigen parking zodat we de motor op het achterplein rustig midden in de
stad konden plaatsen. Het was nog heerlijk druk op de terrasjes zodat we dar ook
graag nog even gebruik van maakten. ‘s –Avonds in de stad ook lekker druk,
zeker in de tapas bar Cammerlander waar je bij iedere consumptie een gratis wc
bon verkreeg. Op het plein achter dit Grand Cafe was het een drukte van jewelste
daar hier de WK op groot scherm werd uitgezonden. Gezellige stad, alleen geen
hard-rock cafe zodat we in de Ierse Pub belanden, alwaar het merendeel ver
beneden onze leeftijd was. Vandaar uit nog een kleine omgang gemaakt maar al
vlug het hotel opgezocht.Met 205 km en het leuke Cammerlander cafe was
het mooi genoeg geweest.
Zaterdag 10 juni
Innsbruck – Reutlingen
Om 10.00 uur zaten we gepakt en gezakt op de motor om de
stad via de noordzijde te verlaten. Langs het kleine vliegveld via de 25 kwamen
we vele Hollandse vakantiegangers tegen. Met nog enkele kleine pasjes was dit
best een drukke doorgaande weg naar Duitsland. Over de grens met Duitsland namen
we de snelweg 7 richting Memmingen. Dit schoot aardig op alleen was het bij de
afslag 127 hoogste tijd om weer te tanken. Een kleine omleiding van de 312 gaf
even een probleem maar al vlug hadden we een tankstation en een heerlijke plaats
voor een middagmaal gevonden. Tevens waren we ervan overtuigd dat we niet zover
meer zouden geraken en daarom besloten een middelmatige stad op te gaan zoeken
voor de komende 2 dagen. Via het volgen van de 312 kregen we nog prachtig
bochtenwerk voorgeschoteld en belanden we laat op de middag in Reutlingen. Al
rijdend door deze stad waren we er gezamenlijk van overtuigd dat het hier wel
gezellig genoeg was om 2 overnachtingen door te komen. Al vrij snel hadden we
aan de rand van de stad een leuk hotel gevonden wat zeker niet te duur was en
waar we in alle rust onze motoren konden stallen Een mooie tuin nodigde ons uit
om aldaar een paar heerlijk blonde jongens tot ons te nemen. Daarna een
opfrissing en richting de stad gewandeld. Hier bleek het een drukte van jewelste
en we keken op dat dit toch wel een best leuke stad was ondanks de vele nieuwe
gebouwen in het centrum of armoedig oud gemaakte / beschilderde woningen. Op
ieder plein speelde een bandje en de winkels waren tot 2400 uur open gevolge de
jaarlijkse nachtmarkt. In de drukke winkelstraat eerst een lekkere
shoarma-schotel genomen om daarna op een van de pleinen naar de tony’s
birthday uit de regio te luisteren / kijken en zoals bij een optreden van TB
hier ook met bier in de hand, die hier iets groter uitvielen als in eigen regio.
Die Grossen Weissen smaakten prima maar na afloop was ook hier moeilijk een leuk
café te vinden om af te zakken. Behalve bij Branka, die nog nooit zulke schone
en mooie klandizie over de vloer had gekregen. Een afscheidsborrel van haar
smaakte ons prima alvorens we dankzij deze charme richting hotel liepen. Na 320
km en een leuk feest in Reutlingen lagen we al snel heerlijk te ronken.
Zondag 11 juni
Reutlingen
Vandaag een rustdag tenminste voor de motoren! Na het
heerlijke ontbijt de motoren aandacht gegeven voor een smeerbeurt en met een
heerlijk zonnetje in de tuin zitten relaxen met diepgaande gesprekken. Nadat
Peter voor het eerst in deze week sjans had ( van Lorre), het oranje outfit
aangetrokken en na het middaguur de stad ingelopen voor de match van de dag NL
vs Servie-Montenegro. Hier ook een groot plein met mooi scherm, alwaar we al
snel belanden voor een heerlijke hap en bier tijdens de F1 in Engeland op het
scherm. Sylvia wist ons al vlug te vinden en met de rug naar ons toe kwam ze met
regelmaat het bier aanvullen. Het plein liep tegen 3 uur al goed vol en wij
waren met 10 Hollanders in het oranje opvallend aanwezig.
Na afloop natuurlijk
groot feest bij ons door de zwaar bevochten 1-0 overwinning met het doelpunt van
A. Robben. Hierna liep hierna de stad aardig leeg maar vonden de Ierse Pub, die
ervan opkeek dat wij The Poques mee konden zingen.
Hierna was het hoogste tijd
om de maag met vast voedsel aan te vullen. In de winkelstraat was de rust
teruggekeerd maar in een heerlijk zonnetje een Griekse schotel tot ons genomen.
Hier kregen we een tip van een leuke kroeg, alwaar we ons gelijk thuis voelden.
Een beetje bruine rockkroeg met aardig wat volk wat natuurlijk hier ook naar de
voetbal op diverse schermen kwam kijken.
In de pauze van Portugal – Angola
(1-0) daagde Peter me uit voor tafelvoetbal, alwaar ik met 8-2 werd verslagen Na
dopingcontrole werd deze wedstrijd gelukkig nietig verklaard. Rond middernacht
deze gezellige kroeg verlaten en beetje slingerend het hotel gevonden.
Maandag 12 juni:
Reutlingen – Haguenau
Wederom een heerlijk ontbijtje gekregen alvorens om 10.00
uur te vertrekken richting Ardennen / Luxemburg. In eerste instantie de 28
verkeerde kant opgereden maar al vlug omgekeerd richting Tubingen.Van hier
verder de 28 genomen, die ons door en naar het Zwarte woud voerde. Vanaf
Freudemstadt de “Schwarzwald Hochstrasse”opgereden, die zeker voor vele
motorliefhebbers eens bedwongen moet worden.
De schitterende hoge weg met mooie
bochten dwingt bijna tot racen. Echter ‘Der Polizei’ weet hiervan en staat
regelmatig met de laser in de bosjes. Baden-Baden gaat ons voorbij, daar bijna
geheel de stad door een tunnel word gereden. Hierna de Rijn overgestoken om
geheel volgens plan via Haguenau binnendoor naar Saarbrucken te rijden. Na een
stevig middagmaal in restaurant “Au Boeuf” in Soufflenheim en een volle tank
de N63 vervolgt naar Haguenau. Hier begon de motor raar te trillen, waarbij ik
ten eerste aan het wegdek dacht. Na enkele km’s verergerde zich dit, zodat de
motor direct aan de kant van de snelweg werd gezet. Helaas na zo’n 1900 km op
reis moest dit gebeuren! Na diverse telefoontjes met ANWB, 112 en de
plaatselijke gendarmerie kwam na 2 uur de veldwachter met 2 assistenten
aandraven.
Deze regelden zonder probleem een sleepdienst, alwaar de motor na een
klein uur naar de dichtstbijzijnde garage werd gesleept (in een bus geladen). De
motorzaken waren op maandag allemaal dicht en het was inmiddels al zo tegen
19.30 uur wanneer we het tegenoverliggende hotel aan het vliegveld konden nemen.
Weinig keus ditmaal maar Hotel “Champ Alsac” zag er niet verkeerd uit en ze
begrepen onze situatie. Na een paar geruststellende pilsjes en een verfrissing
bracht de hotelier ons naar het centrum van de stad op zo’n 4 km, alwaar we in
het gelijknamige hotel in het centrum een heerlijke avondmaal met peeenstamp
namen. Daarna op deze heerlijke zomeravond op het enige drukke terras van
Haguenau gaan zitten om daar tegen 1100 uur een taxi te nemen richting hotel.
Hier konden we nog even een paar afzakkertjes nemen om daarna met leuke films op
tv in bed te duiken. Dit alles na een kleinigheidje als een lekke band voor de
motor na 215 km deze dag.
Dinsdag 13 juni
Hageunau – Bergen op Zoom
Op deze 13e van de maand na het ontbijt eerst de
garage opgezocht en de motor laten vervoeren na de dichtstbijzijnde motorzaak.
Deze was nog niet geopend maar na een half uurtje wachten was het geen probleem
om gelijk aan de Wildstar te beginnen. De spijker was vlug gevonden en na een
uur de band vervangen, zodat we om 1100 uur de terugreis konden aanvangen.
In
eerste instantie de kortste weg via de N62 naar Saarbrucken genomen. Hier reden
we per ongeluk de verkeerde weg op zodat we zeker pas 20 km later konden keren.
Het wegennet rond deze stad was slecht aangegeven maar na wat zoeken hadden we
de weg naar Trier gevonden en schoot het lekker op. Halverwege was de 1 echter
afgesloten en moesten we borden van umleiting volgen. Deze stuurden ons terug
richting zuiden zodat we bij de eerste afslag maar besloten om via het
Moezelgebied binnendoor te rijden.
Ook hier weer zeker 50 km omweg. Even voor
Trier kwamen we weer op de goede baan die ons vrij snel nar Luik verwees. Met
zadelpijn en het lange wachten op een eerste beste benzinepomp konden we hier
onze magen en tanks vullen. Na 110 km bij Antwerpen een kleine pauze genomen en
besloten om de laatste rit naar Bergen op Zoom te voltooien.
Peter had nog 3
pilsjes in huis dus dat kwam goed uit na een dag van 600 km op de motor
Resume:
De Dolomieten gehaald, maar zeker de moeite om een volgende keer hier dieper in te rijden en daar meer passen te nemen. Gezien de weinige tijd dit niet kunnen doen, maar zeker is vast komen te staan dat onze rijstijl er met al dat bochtenwerk erop is vooruitgegaan.Belgie, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Italië en Luxemburg bracht ons in 7 landen gedurende 8 dagen met zo’n 2500 km zittend op onze ronkende motoren. Slechts het grote verbruik aan smeermiddelen voor de kettingen en het grote aantal gebruikte oordoppen kwam ons duurder te staan als verwacht.Tevens besloten om volgend jaar richting Ierland, Schotland en Wales te gaan, maar dat is nu nog even verweggiestan.